Kastanjebloedingsziekte
De kastanjebloedingsziekte is sinds 2002 massaal waargenomen in Nederland. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Pseudomonas syringae pv. aesculi. De verspreiding van deze bacterie verloopt hoogstwaarschijnlijk via regenwater. De pseudomonasbacterie kan de de boom binnendringen via kwetsbare plekken in de bast zoals beschadigingen door bijvoorbeeld maaischade, snoeien, vorst of het schuren van takken.Er is slechts één bacterie per wondje nodig om het ziekteproces van de bloedingsziekte in gang te zetten.
De aantasting uit zich in eerste instantie in kleine, roestbruine vlekken op de stam waaruit plaatselijk oranjerode, stroperige vloeistof druipt. De vlekken breiden zich geleidelijk uit over de stam en gesteltakken van de boom. Soms lijkt wondherstel op te treden, maar dit duidt niet per definitie op genezing. Callusgroei kan niet worden gezien als een teken van genezing maar hoogstens als een poging van de boom om zich te herstellen van de verwonding.
Vaak blijkt de aantasting onder de bast groter dan dat vanaf de buitenkant waarneembaar is. Tevens zijn aangetaste bomen gevoeliger voor secundaire aantastingen zoals houtparasitaire schimmels.
Remedie
Tot op heden is er nog geen middel of maatregel dat in de praktijk geschikt is bevonden Pseudomonas syringae pv. aesculi te bestrijden en kastanjebloedingsziekte te voorkomen (Eindrapport onderzoeksprogramma 'Behoud de kastanje', 2009). Wel mag worden aangenomen dat beheersmaatregelen om de conditie, vitaliteit en de levensduur van de bomen te verbeteren, de verspreiding van de bacterie in zieke bomen vermindert.
Door middel van het injecteren van Pireco Boom - Bloedingsziekte zijn reeds goede resultaten behaald. Pireco Boom - Bloedingsziekte bevat een groot aantal specifiek werkende kruiden die in de oudheid hun heilzame werking hebben bewezen op gebied van insectenverdrijving, vitaliteitsverbetering en schimmel- en bacteriedodende werking. Door middel van het injecteren van dit middel wordt bodemverdichting in groeiplaatsen opgeheven, waardoor voor de boom een betere uitganssituatie gecreëerd wordt.